calendrier

 

Jan Willem Anker

Biographie

Bientôt en ligne.

Top

Texte d'Auteur

Struisvogel in het Pajottenland

Ik maak hier niets mee en geniet daarvan. Na een paar dagen noteer ik dat in mijn Vollenzelense dagboek dat ik voor de gelegenheid bijhoud. Het kost me moeite de discipline op te brengen mijn dagelijkse wedervaren aan het papier toe te vertrouwen. Het is een verschrikkelijk werk, omdat ik - zeker bij gebrek aan avontuur - die gedachten zelden de moeite waard vind. Dat lukt dan ook niet. Je moet wel een rijk geestelijk leven leiden, wil je dat boeiend kunnen houden voor derden. Waar haal je bovendien de tijd vandaan als je leven echt zo interessant is?

Er zijn uitzonderingen. Ik heb dus geen hekel aan dagboeken of persoonlijke documenten, want ik lees ze graag. Lekker gluren in andere levens. De tijd gaat snel in dagboeken. Ze maken de vergankelijkheid soms huiveringwekkend voelbaar.

De eerste dagen van mijn verblijf is het koud en grijs en bewolkt, maar er valt geen regen. Niet dat het uitmaakt, want ik waag me nauwelijks buiten. Ik graaf me in en leef me uit in mijn gangenstelsel. Loopgraaf zonder vijand. Ik had allerlei plannen uitgedacht, maar ik schrijf hier in het wilde weg. Overdag heb ik een rondje gelopen in de tuin. Een grote tuin is het. Tijdens dat rondje dacht ik nergens aan. Er is me in ieder geval geen enkele overweging bijgebleven. Vaak leid ik een halfbewust, dromerig leven. Ik laat me bedwelmen door mijn zintuigen. De geur van vochtige aarde. Wind in mijn gezicht. Glooiende akkers, veelal bezaaid met uitstekende, gelige stokjes, waar over een paar maanden maïs zal groeien. Een kerkje misschien op de achtergrond? Verkeer op een provinciale weg. Auto's in de verte lijken op Dinky Toys. Ik vergis me, die vergelijking had mijn vader kunnen maken. Het is eerder dat de auto's op afstand bestuurbaar lijken.

Soms heb ik de aanvechting om 's nachts naar buiten te gaan. De verstilde warboel van de duisternis in. Over het veld te lopen en op te gaan. Maar waarin? De nacht is overweldigend, zo stil en zo donker. Zonder impulsen van buiten slaap ik de hele ochtend weg.

Het weer heeft een onloochenbare invloed op me. Een goede vriend vind dat ik ooit een hele poëziebundel aan het weer zal moeten wijden. Het biologeert me, ik word er kinds van. Als ik lees dat het morgen mooi wordt, ben ik vrolijk, ook als het op dat moment met bakken uit de lucht komt. Andersom gebeurt het dat ik chagrijnig word van het vooruitzicht dat het gaat plenzen.

In Vollezele - Volle Ziel schrijf ik in mijn e-mails, etymologisch gezien wellicht niet eens onjuist - streeft mijn hoofd ernaar wat ik buiten waarneem te overmeesteren. Ik ben een schrokop. Een opdringerige kluizenaar. Maar die buitenwereld geeft zich niet zomaar gewonnen. Misschien moet ik het eenvoudiger formuleren: ik zie, zo lijkt het soms, wat ik voel.

Heel voorzichtig begin ik na een dag of tien op verkenning uit te gaan. Tijdens een wandeling over het platteland, dat hier bijzonder mooi golft, ontmoet ik een struisvogel die gevangen gehouden wordt in iemands achtertuin. Als een exotische trofee waar de eigenaar niet goed raad mee weet. Hij zit vast in een houten kooi die afgezet is met groen gaas. Het oogt als een gammele constructie. Toch maakt deze uitheemse racekip geen aanstalten om uit te breken. Wel ijsbeert hij en tikt hij soms met zijn snavel tegen het gaas, maar dat lijkt op een onschuldige gewoonte. Ik voel me wel verbonden met deze struisvogel. Had ik me hier eerder een mol gewaand, deze struisvogel verbeeldt treffender wat ik hier doe: vreemd dier dat heel hard kan rennen, maar niet op onderzoek uitgaat. Struisvogel Anker steekt liever zijn kop in het zand. Wat mijn bodemonderzoek zal opleveren, blijft voorlopig ongewis.

Ik wil uitbreken naar Brussel. Er is een auto beschikbaar, maar ik schrik terug voor het verkeer in en rondom Brussel. Ik verneem dat er geen buslijn bestaat tussen Vollezele (Vlaams Brabant) en Edingen (Waals Brabant), waar het dichtstbijzijnde treinstation zich bevindt. Dit zal toch niet de praktijk zijn van de cultuurstrijd tussen Vlamingen en Walen? Hoe moeten ouden van dagen zich dan redden en mensen die slecht ter been zijn? Ik, oud noch slecht ter been, neem de auto, parkeer hem bij het station van Edingen en neem de trein. Brussel is een echte stad, met indrukwekkende architectuur, lekker druk en chaotisch. Ik vraag me af of er nog meer steden in België zijn waar je zo veel Nederlands hoort met een Frans accent. Heel vermakelijk.

Het heet hier het Pajottenland. Het bepaald lidwoord geeft het land sprookjesachtige allure. De fraaie boerderijen, weiden, heuvels, valleien, en de pittoreske uitzichten die zij bieden, maken die allure waar. De realiteit openbaart zich pas als je dichtbij komt. De bewoners van Vollezele en omgeving (de klanken van plaatsnamen als Denderwindeke, Oetingen, Leerbeek, Galmaarden, Herne vind ik verrukkelijk) hebben allemaal een beest in huis waarvan het alarm afgaat als je de tuin passeert. Hun sensoren reiken soms tot veertig meter buiten hun domein. Hysterische keffertjes die tegen het hekwerk opbotsen, Dobermans bloedlink en op scherp. Hondenhaters zouden hier hun hart kunnen ophalen. De rolluiken zijn neergelaten. Zelden iemand op straat. De handelaar in geavanceerde alarmsystemen woont prettig. Verder een weelde aan kapelletjes en gehavende crucifixen. Het leven dient bezworen.

Als ik op in het dorp ben, wil ik het Belgisch Trekpaard Museum bezoeken, maar het is, lees ik op een plaquette, alleen open op afspraak. Later hoor ik dat de gids onlangs is gestorven. Nu is er hier niemand meer die over de geschiedenis van het Belgisch trekpaard kan vertellen. De paarden hier zijn trouwens forse, knoestige beesten. Ze hebben sokjes aan hun benen, beetje truttig voor zulke giganten. Tegenover het Belgisch Trekpaard Museum staat een brons van een paard, net als het museum ter herinnering aan de vermaarde fokkerijen. Het kan niet op. Achter het kerkhof bevindt zich een schandpaal. Op een kaart van de regio staan allerlei zogenaamde prachthoven aangegeven, maar die laat ik voor wat ze zijn. Op de terugweg zie ik een wat oudere man met norse kop op een oprit staan. Hij draagt een verfomfaaid jack en een werkbroek. Modderspetters op zijn schoenen. Zoekt hij nou de sleutels van de garagedeur? Dan vliegt er een glanzende straal pis tegen de bomen. We kijken elkaar even gegeneerd aan. Dan loop ik door. Als ik dit aan mijn mede-residente vertel, antwoordt zij dat de man waarschijnlijk prostaatproblemen heeft en zich wel ter plekke moest ontlasten. Die theorie bevalt me wel. Kennelijk geef ik er de voorkeur aan dat de man lichamelijk, niet geestelijk gemankeerd is.
Ik heb geprobeerd hier te fietsen, maar dat is niks voor een Nederlander. Heuvels en vals plat maken zo'n tochtje al snel tot een beproeving. De enige mensen die je hier te fiets tegenkomt, rijden op goeduitgeruste racefietsen. Kinderen gaan met de bus naar school. Ik kwam niet verder dan Tollembeek waar, of all people, Urbanus schijnt te wonen. Je gunt ieder dorp zijn gek. Tollembeek heeft het maar getroffen. In ieder geval begrijp ik na mijn rit waarom België zulke voortreffelijke wielrenners voortbrengt. Fietsen is hier voor profs. Bezweet en met bonkend hart betreed ik mijn werkvertrek.
Tijdens een verblijf van bijna een maand heb ik ondanks mijn uitstapjes meer tijd met mezelf doorgebracht dan ooit. Zo'n maand is een duidelijk begrensde tijd, maar daarbinnen kan elk tijdsbesef verdwijnen. De ene helft van mijn dag was het licht, de andere helft niet. Wanneer het eten in de keuken werd klaargezet in plaats van dat ik het opgediend kreeg in de salon, begreep ik dat het weekend was. Je wordt er stil van. Het universum versmalt, maar ik eigen het me dan ook al helemaal toe. Ik ben overal. Soms is dat te veel. Dan wordt kijken een vorm van ontsnappen. Mijn deur bestaat voor een groot deel uit glas, verdeeld in twaalf ruiten, en komt uit op de houten veranda. Een maand lang heb ik opzij getuurd naar het gras, het door de winter kaal geplukt loof en de stugge naaldbomen, waar de vogels omheen vliegen, zo het zicht uit. Inmiddels is de lente begonnen. Ik zeg tegen mezelf: ‘Struisvogel, vlieg op!'

 

 

Top
Villa Hellebosch
23.02.09 > 22.03.09

Bookmark and Share Retour