calendrier

 

Rachida Lamrabet

Biographie

Photo © Koen Broos     

Top

Texte d'Auteur

Brief aan Neel Mukherjee

 

Beste Neel,

Mijn God, Neel, hoe slaag jij erin om in deze stad te schrijven? Hoe slaag je erin deze stad buiten te sluiten, er afstand van te nemen en je innerlijke wereld op de voorgrond te halen?

Slapen Londenaars wel?

Alles went denk ik dan, het lawaai, de lichten, het verkeer en de miljoenen mensen. Als je maar lang genoeg in het gewoel rondloopt.

Tijd om te wennen heb ik niet. Ik neem de bus en de metro. Bus 19 rijdt vanaf Battersea Bridge over de rivier,  dwars door een eindeloze aaneenschakeling van fonkelende winkels. Winkelstraat na winkelstraat, de chicste boetiekjes en exclusiefste merken. ‘Gewone' winkels zijn in dit deel van de stad een zeldzaamheid. Kleine bakkerijen zijn uitgestorven en hetzelfde lot wacht de kleine boekhandelaar. Waterstone's, een grote boekhandelketen is, net als Starbucks en Mcdonalds, op bijna elke straathoek aanwezig.

Le mal de l'infini noemde de Franse socioloog Durkheim het, het destructieve en onbegrensde verlangen naar steeds meer. Nu ik hier dag na dag voorbij deze vreselijke overdaad aan onbereikbare weelde  rijd, ben ik ervan overtuigd dat het veel te gemakkelijk is om wat hier een aantal maanden geleden gebeurde enkel af te doen als blind vandalisme en plunderingen. Er zit iets fundamenteels fout in onze samenlevingen en dat triggert de woede en vernielzucht van jonge mensen.

Er zijn in deze grenzeloze stad heel veel verhalen, je kan niet anders dan luisteren, kijken en je afvragen waar deze stad haar energie vandaan blijft halen. Voor mensen die weten hoe ze op deze energie moeten surfen, zijn de mogelijkheden onbeperkt. Alle anderen worden platgewalst.

Het is heel moeilijk om je af te sluiten van deze stad en ik vraag mij af hoe jij daarmee omgaat? Hoe blijf je meester van je eigen literaire ambitie en agenda in een stad die je dwingt partij te kiezen, kleur te bekennen. In een stad die je in haar wervelende verhalen meezuigt?

De verleiding is groot om niet alleen een buitenstaander te zijn,maar werkelijk deel uit te maken van deze stad.  Iemand die de hartslag van deze stad niet enkel hoort maar ook voelt.

Londen geeft je die ruimte, hier kan je doen alsof je geen vreemdeling bent, je kan doen alsof je bij de stad hoort, je kan doen alsof je heel goed weet waar je naartoe gaat. Kleur, etnie en religie lijken er niet toe te doen.

Ik was ervan overtuigd dat Britten minder krampachtig omgingen met diversiteit. Ik moet toegeven dat de tulbanddragende politieagenten tot mijn verbeelding spraken. Ik dacht dat in Londen het gevaar van een eenzijdig verhaal, waarvoor de Engelstalige Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Adichie waarschuwt,   onbestaande was.

Of is dat maar een prachtige illusie?

The Office of statistics bijvoorbeeld, jullie nationaal instituut voor de statistiek, is anders zeer bedreven in het onderverdelen van onderdanen in kleur.

Voor elke bevolkingsgroep heeft deze instelling een kleur. De grootste groep zijn nog steeds de blanken die dan nog  eens onderverdeeld worden in British Whites, gevolgd door Ierse blanken. Een kleine minderheid wordt gedefinieerd als ‘andere  blanken'. Het moet duidelijk zijn dat je niet alle blanken zomaar op één hoop kan gooien. En omdat de huidskleur van Indiers, Pakistanen en Bangladeshi zo moeilijk te vatten is in één omschrijving, houdt het instituut het voor deze categorie van mensen bij de benaming van  Zuid-Aziaten.

Minder moeilijk is het om de mensen Subsahariaans Afrika of de Caraïben onder te verdelen, daarvoor zijn er de categorieen Britse, Afrikaanse  en Caribische  zwarten met, net als bij de blanken, een restcategorie ‘andere zwarten'. Er zijn de ontelbare variaties van de Mixed races, ‘gemengde rassen'. Dat er geen wetenschappelijke fundering is om de menselijke soort onder te verdelen in zogenaamde rassen vormt blijkbaar geen bezwaar voor jullie instelling.

Chinezen blijven voor de Britse statistieken gewoon Chinezen.

Voor alle andere ondefinieerbare kleuren is er de categorie ‘Andere etnische groepen'.

Dus bij jullie tellen ze gekleurde kraaltjes.

In ons land zijn er ook mensen die ervan dromen om gekleurde kraaltjes te kunnen tellen en in de juiste vakjes te steken, het zou het leven zoveel overzichtelijker maken.

‘Ook hier is het als niet-blanke Britse schrijver zeer moeilijk om tot de mainstream literatuur te worden gerekend.' Zegt Kamila Shamsie mij wanneer ik haar vraag naar de perceptie van haar werk.

Als Brits-Pakistaanse schrijfster wordt zij vooral gepercipieerd als moslima die de politieke situatie in Pakistan mag duiden.

‘Je moet een stuk meegaan in die logica, maar je moet op tijd je grenzen aangeven.' Zegt ze me.

Hoe bepaal jij je grenzen Neel? En hoe zorg  je ervoor dat je niet enkel herleidt word tot je etnie of tot je vermeende overtuiging?

Natuurlijk is Londen en de rest van het Verenigd Koninkrijk niet immuun voor de tijdsgeest en de wind van angst en wantrouwen die over West-Europa waait.

Ook hier worden de  debatten over multiculturalisme, nationaliteit en immigratie steeds scherper , zeker na de aanslagen van 2005.

Maar toch lijkt het alsof jullie er enigszins in geslaagd zijn om de angst voor de ander onder controle te houden.  Ik heb het gevoel dat er hier met elkaar wordt gepraat, niet meer over de wenselijkheid of onwenselijkheid van de multiculturele samenleving, ik ben bang dat wij op het Europese vasteland nog heel erg vastzitten in dat heel erg  twintigste-eeuws denken over multiculturaliteit waarbij er slechts twee opties zijn; ofwel vinden we multiculturaliteit een feest ofwel vinden we het de hel en moeten we manieren zoeken om terug naar het pre-multiculturele tijdperk te gaan waar alles zoveel beter was. 

Hier lijkt die multiculturaliteit op zich niet echt een issue. Het is een feit, het is hoe die Britse samenleving is. Het debat gaat eerder over het zoeken naar  een evenwichtige  modus vivendi. Over de vraag hoe je die diversiteit ten goede kan aanwenden, welke interessante dingen er kunnen ontstaan wanneer je  die verschillenden culturen en talen met elkaar confronteert.  Die hybride kunstuitingen lijken veel gemakkelijker hun weg te vinden hier.  Je had hier al in de jaren zestig gemengde theatergezelschappen die experimenteerden met  een niet-westerse canon, die bijvoorbeeld putten uit Zulu verhalen of de Indische epische verhalen uit  de .

Door die langere traditie van meerstemmigheid heb ik het gevoel dat kunstenaars zich veel minder geroepen voelen om de gemeenschap waaruit ze komen te vertegenwoordigen, ook al is er nog steeds die verwachting dat  theatermakers of schrijvers de stem zijn van ‘hun' gemeenschap.

En dat geeft volgens mij een grote vrijheid aan kunstenaars, de vrijheid om je eigen stem te ontwikkelen en je eigen verhaal te vertellen. Dat is van een onschatbare waarde,tenslotte wil je als kunstenaar niet zomaar een doorgeefluik zijn van verhalen die al eerder verteld zijn, maar wil je eigen kleur en je eigen visie op de wereld vormgeven.

Ik kijk uit naar jouw antwoord.

 

Top

Bookmark and Share Retour